NZO 2017: frictie tussen werkgever en leaserijder

//NZO 2017: frictie tussen werkgever en leaserijder

NZO 2017: frictie tussen werkgever en leaserijder

Leaserijders hoeven niet zo nodig aan een mobiliteitsbudget of andere alternatieven voor de vertrouwde leaseauto. Het animo voor een budget is onder leaserijders dit jaar zelfs afgenomen. Terwijl werkgevers er juist meer op gaan inzetten. Aldus een van de conclusies uit het nieuwe Nationale Zakenauto Onderzoek (NZO) 2017.

Tijdens de verkiezing van Zaken- en Bestelauto van het Jaar gisteren werd traditiegetrouw een nieuw NZO gepresenteerd. Het jaarlijkse onderzoek is uitgevoerd door VMS | Insight in opdracht van drie partners: vakblad Automobiel Management, RDC en de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA).

Eric Vousten van VMS | Insight presenteerde gisteren enkele highlights uit het omvangrijke onderzoek. Zoals dus de toenemende frictie tussen baas en leaserijder als het gaat om het meer flexibel maken van mobiliteit. Dat laatste is een wens van werkgevers: 34 procent van de bedrijven biedt al een budget aan; het zijn veelal grotere organisatie. Vousten verwacht dat er dit jaar nog zo’n 15 procent bijkomen. Die overwegen het althans in te voeren. Maar de animo onder leaserijders zakt van 11 procent in 2016 tot een schamele 8 procent nu. “We hebben het over bestaande leaserijders die het dus prima vinden hoe de zaken momenteel zijn geregeld. Er zijn twee groepen leaserijders die wel zijn geïnteresseerd: een relatief kleine groep die woont en werkt in de grote stad of berijders van een lage bijtellingauto die hopen dat een budget de mogelijkheid geeft om tegen lagere kosten een zakelijke auto te rijden”, aldus Vousten.

Het mobiliteitsbudget is dus vooral populair onder bedrijven. Het onderzoek gaat ook in op succesfactoren van een budget, in wat voor een vorm dan ook. Waarbij wordt aangetekend dat een mobiliteitsbudget zeker geen oplossingen is voor alle problemen. En ook geen middel dient te zijn om kostenbesparingen door te voeren. “Bedrijven overschatten vaak de acceptatie van werknemers voor wat betreft een mobiliteitsbudget”, aldus Vousten.

Andere, opvallende conclusies uit het onderzoek:

  • De gemiddelde loyaliteit van alle merken tezamen is 38%. Dit is een daling ten opzichte van vorig jaar (43%). Het feit dat andere keuzefactoren relatief belangrijker worden dan bijtellingsklasse heeft blijkbaar een sterk effect op loyaliteit. De berijder kiest wat hem past en niet (alleen) wat goed is voor de portemonnee;
  • De attractiviteit van merken, dus hoe aantrekkelijk is een merk voor alle zakelijke rijders, laat sterke verschuivingen zien ten opzichte van de meting in 2016. Tesla, Alfa Romeo en Jaguar hebben wederom de hoogste attractiviteit. Hyundai en Kia zijn sterke stijgers, de premium merken BMW, Audi en Mercedes verliezen iets van hun glans maar blijven hoog scoren;
  • Minder auto’s van de zaak en meer aandacht voor medewerkerstevredenheid, representativiteit en milieubewustzijn;
  • Een serieus deel van de bedrijven (in totaal 37%) verwacht dat er in de nabije toekomst aan minder medewerkers een auto van de zaak ter beschikking wordt gesteld. Dit varieert van 22% bij de kleinste wagenparken met 2-5 auto’s tot 66% bij de grootste wagenparken met meer dan 200 auto’s. Bij het inrichten van het mobiliteitsbeleid is het belang van drie factoren sterk toegenomen ten opzichte van 2016 en 2015: medewerkertevredenheid, representativiteit en milieubewustzijn;
  • Verkeersveiligheid is met stip gestegen op de lijst van belangrijker thema’s voor werkgevers.

Bron: Trends in Autoleasing

2018-09-18T08:57:18+00:00